Details
327 p. : illustraties
Besprekingen
De Standaard
“In normale, rustige tijden wiegen machthebbers zich in de illusie van hun aanzien. In troebele tijden is die de oorzaak van hun ondergang.” In zijn postuum uitgegeven Mémoires vatte André de Staercke (1913-2001) de tragiek van Leopold III uitstekend samen. Als secretaris van Leopolds broer, de prins-regent Karel, beleefde de jurist de afwikkeling van de koningskwestie vanop de eerste rij. Leopold III keek neer op zijn broer die in zijn afwezigheid als plaatsvervangend staatshoofd fungeerde. Nooit zouden de twee zich verzoenen.
Die illusie smeert het “tragische misverstand” tussen Leopold en de regering dat in 1940 ontstond en tien jaar later op dezelfde manier eindigde: een wantrouwige en gewantrouwde koning weigert met de politieke leiding van het land in te stemmen. In een constitutionele monarchie betekent dat onvermijdelijk ambtelijke zelfmoord. Zijn persoon polariseert en brengt België in de zomer van 1950 op de rand van een burgeroorlog. Tijdens een tragische nacht in Laken kan de stijfhoofdige vorst slechts abdiceren. Zijn oudste zoon Boudewijn, piepjong en broos, komt de troon toe en legt de eed af. Het politieke conflict gaat de geschiedenisboeken in als de koningskwestie.
Ongeziene vriendschap
Als woordvoerder van liberale politici (Karel De Gucht, Guy Verhofstadt) is Vincent Stuer gepokt en gemazeld in het politieke bedrijf. De auteur, die zichzelf ziet als een schrijver van literaire non-fictie, verkiest zo een historiografisch mijnenveld boven een strikt wetenschappelijke beschrijving met uitgebreid voetnotenapparaat. Hij vertelt het koningsdrama vanuit een dubbel perspectief, met twee protagonisten. De proloog etaleert meteen Stuers filmisch talent als hij scherpstelt op de menselijke kant van de dramatis personae.
Eind augustus 1939 spelen koning Leopold III en premier Paul-Henri Spaak golf in Knokke. Ze lachen, grappen en tutoyeren elkaar. “Alles aan hen is politiek. Leopold heeft zijn plicht geërfd, Paul-Henri is ervoor in de wieg gelegd.” Spaaks moeder is senator, oom Paul-Émile Janson is premier. Aan de basis van hun vriendschap ligt een brief waarbij Spaak de koning “als leeftijdsgenoot, echtgenoot en vader” aanspreekt na de tragedies in de koninklijke familie: vader Albert I verongelukt bij het rotsklimmen, Leopolds zwangere vrouw Astrid met de auto. Leopold ervaart de brief van Spaak als een verademing na al de clichématige condoleances.
“Zo ontstaat tussen de twee iets dat vriendschap mag heten.” Leopold loopt niet hoog op met de kakofonie van de parlementaire democratie. Hij prefereert een autoritair bestuur onder zijn leiding, in zijn binnenste leeft een cryptofascistische overtuiging. Dan helpt het dat Spaak als premier een veel lossere relatie prefereert met de socialistische Belgische Werkliedenpartij. Luttele dagen later ontbrandt de Tweede Wereldoorlog met de Duitse inval in Polen. Negen maanden later komt België aan de beurt. Leopold toont zich een uitstekend veldheer, maar tegen het Duitse leger is geen kruid gewassen. Een wapenstilstand is het logische gevolg.
Leopold houdt met de typerende koppigheid van een Saksen-Coburg vast aan de gekoesterde neutraliteit. Het neutrale België is uitgevochten, een geallieerd België dat vanuit het buitenland de strijd voortzet, klinkt hem als heiligschennis in de oren. In het kasteel van Wijnendale (nabij Brugge) komt het tot een breuk met de regering, aan de bevolking wordt de breuk gepresenteerd als een “tragisch misverstand”. Van loutering zal nooit sprake zijn. Tegen het einde van de oorlog publiceert Leopold een “politiek testament”. Het grossiert in zelfbeklag; van waardering voor het verzet of de geallieerde inzet geen spoor.
Na de bevrijding wentelt de weggevoerde Leopold zich in zijn grote gelijk. De regering probeert hem in een landhuis in Strobl (nabij Salzburg) tot inkeer te brengen: zijn veiligheid kan bij terugkeer niet worden gegarandeerd, hij verkeert in de onmogelijkheid om te regeren. Stuer beschrijft weergaloos de confrontatie van de angstige politici met de humeurige vorst, zich baserend op een overvloed aan egodocumenten. En dan moet de auteur Lilian Baels nog introduceren, de tweede echtgenote van Leopold III en een vrouw met “monsterlijke charmes” en een ijzeren wil.
De clandestiene pers oordeelt vernietigend over dat tweede huwelijk eind 1941. “ Le roi s'amuse ” in het buitenland terwijl zijn volk, bibberend van de kou en rammelend van de honger in angst leeft. Leopold beloofde nochtans het lot van zijn soldaten te delen. Terwijl de vorst in Wenen zijn huwelijksgeluk beproeft, leven tienduizenden, vooral Waalse soldaten in Duits krijgsgevangenschap.
Tegen de realiteit is de mythe niet bestand. Tegenwoordig spreken we van een inschattingsfout. Maar vanuit die autoritaire zucht naar neutraliteit en gevoed door slechte raadgevers begaat Leopold de ene vergissing na de andere. Met de geallieerden weigert hij elk contact, toch gaat hij al in het najaar van 1940 op bezoek bij Adolf Hitler (zonder resultaat). Zijn isolement vervreemdt hem van het oorlogsleed. Hij durft niet eens te reageren op de invoering van de verplichte tewerkstelling eind 1942, wat een turbo zet op de vijandigheid jegens de Duitsers.
Doodsteek
Het koningsdrama is al ettelijke keren verteld. Toch viste Stuer uit Lilian Baels' nalatenschap een primeur dat de benevelde kijk van de vorst etaleert. Als de oorlogskansen keren in het voordeel van de geallieerden ziet Leopold de gevechten uitdraaien op een remise tussen Roosevelt en Hitler. Hij droomt van een plaats bij de onderhandelingen en vraagt Hitler om een stukje België, onder Samber en Maas, met zijn goedvinden te mogen besturen. Voor de pathos van maréchal Pétain en het Vichy-regime is hij nooit ongevoelig geweest. De bede zal de Führer nooit bereiken.
“Le roi a tort.” Met deze openingszin begroet Spaak de koning als ze elkaar na vijf jaar in Strobl terugzien. In het parlement trekt hij even later zijn conclusies. “ Sire, votre fils est notre roi. ” De twee protagonisten groeien uit elkaar: Leopold blijft hangen in het verleden, Spaak voelt zich als een vis in het water in een nieuwe wereldorde. Als minister van Buitenlandse Zaken staat hij aan de wieg van de Verenigde Naties en de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Spaak wordt de peetvader van de Europese gedachte.
Meer dan ooit geldt na Leopold III de wetmatigheid dat een koning heerst, maar niet regeert. “Aan de vete herken je de familie”, schrijft Stuer. De troonsafstand gaat gepaard met ressentiment. Het duurt tot Boudewijns huwelijk met Fabiola in 1960 alvorens Lilian Baels, die samen met haar gemaal overal ongegeneerd aanschuift, haar boeltje in Laken moet pakken.